Overslaan naar inhoud
Cursusinhoud

Les 11.1 β€” Configuratie & indienstname (VictronConnect)

πŸ“±
Module 11 Β· Les 11.1

Configuratie & indienstname (VictronConnect)

⏱ ~25 min Beginner
🎯 Na deze les kan je...
  • VictronConnect installeren en via Bluetooth verbinden met Victron-apparaten
  • De SmartShunt configureren (capaciteit, type, charged voltage)
  • De MPPT instellen (batterijtype, absorptie- en floatspanning)
  • De Orion-Tr Smart configureren (uitschakelspanning, motordetectie)
  • De 13 stappen van de indienstname-checklist uitvoeren

Het brein configureren

Alle organen zijn aangesloten β€” de batterij klopt, de zonnepanelen vangen licht, de DC-DC lader wacht op de motor en de omvormer staat paraat. Maar zonder configuratie weet geen enkel apparaat wat het precies moet doen. Vergelijk het met een gloednieuwe auto waarvan de boordcomputer niet weet hoe groot de tank is: de brandstofmeter zou willekeurige getallen tonen en je zou geen idee hebben wanneer je moet tanken. Precies dat gebeurt als je een SmartShunt aansluit zonder de batterijcapaciteit in te stellen β€” het SoC-percentage klopt niet en je hebt geen betrouwbaar beeld van hoeveel energie er nog in de batterij zit.

In deze les configureer je elk Victron-apparaat via de VictronConnect app en doorloop je de volledige indienstname-checklist van 13 stappen. De configuratie kost je niet meer dan een halfuur per apparaat, maar die investering betaalt zich duizendvoudig terug in betrouwbaarheid. Een correct geconfigureerd systeem vertelt je op elk moment precies hoeveel energie je hebt, hoeveel er binnenkomt en hoeveel je verbruikt. Dat is het verschil tussen gissen en weten β€” en op een koude novemberavond in de Ardennen wil je weten.

VictronConnect app

VictronConnect is de gratis app van Victron Energy, beschikbaar voor iOS, Android, Windows en macOS. De app communiceert via Bluetooth Low Energy (BLE) met een bereik van ongeveer 10 meter β€” ruim voldoende om vanuit de zithoek van je camper alle apparaten te bereiken. Bij de eerste verbinding vraagt de app om een PIN-code die je op een sticker op het apparaat vindt (standaard vaak 000000 voor nieuwe apparaten). Bewaar de PIN-code op een veilige plek β€” als je hem kwijtraakt, moet je het apparaat resetten via een specifieke procedure die per model verschilt.

Na het koppelen controleert de app automatisch of er firmware-updates beschikbaar zijn. Voer die altijd uit voordat je begint met configureren β€” oudere firmware kan instellingen missen die je nodig hebt, of bugs bevatten die al lang verholpen zijn. Het updaten duurt meestal minder dan twee minuten per apparaat. Belangrijk: update de firmware nooit terwijl de MPPT actief aan het laden is. Wacht tot de zon onder is of bedek de panelen, zodat de MPPT in rusttoestand staat. Een firmware-update die halverwege mislukt door een spanningsfluctuatie kan het apparaat in een onbruikbare toestand achterlaten.

De app toont voor elk apparaat een overzichtspagina met real-time gegevens (spanning, stroom, temperatuur, status) en een instellingenpagina waar je parameters kunt wijzigen. De overzichtspagina is wat de klant dagelijks ziet: de SmartShunt toont het SoC-percentage, de momentane stroom (positief = laden, negatief = verbruik) en de batterijspanning. De MPPT toont de laadstatus (Off, Bulk, Absorption, Float), de PV-spanning en de laadstroom. De Orion-Tr toont of hij actief is en hoeveel stroom hij levert.

Maak na het configureren een screenshot van elke instellingenpagina en bewaar die in je projectdossier. Mocht er later iets misgaan of een apparaat gereset worden, dan kun je de instellingen snel herstellen zonder alles opnieuw te moeten opzoeken. VictronConnect biedt ook een historiekpagina per apparaat: je kunt de opbrengst van de MPPT per dag bekijken, de maximale en minimale spanning en de totale geproduceerde energie. Die historiek is waardevol om te controleren of het systeem presteert zoals verwacht.

SmartShunt configureren

De SmartShunt is je batterijmonitor β€” hij meet de stroom die in en uit de batterij stroomt en berekent daaruit het laadpercentage (SoC). Maar dat kan hij alleen correct doen als hij weet hoe groot je batterij is en wanneer die als β€œvol” beschouwd mag worden. Open VictronConnect, tik op je SmartShunt in de apparatenlijst en ga naar Instellingen.

De vijf parameters die je moet instellen zijn de batterijcapaciteit in Ah (bijvoorbeeld 200 Ah voor een enkele Victron Smart LiFePO4), het batterijtype (LiFePO4), de charged voltage (13,2V voor LiFePO4 β€” dit is de spanning waarbij de SmartShunt de batterij als vol beschouwt), de tail current (4% β€” als de laadstroom onder dit percentage van de capaciteit zakt terwijl de spanning boven de charged voltage ligt, beschouwt de shunt de batterij als vol) en de charged detection time (3 minuten β€” de spanning en stroom moeten gedurende deze periode aan de voorwaarden voldoen voordat de SoC op 100% springt).

Waarom 13,2V en niet 14,2V als charged voltage? Omdat 14,2V de absorptiespanning is β€” de spanning die de lader actief aanlegt. Zodra de lader stopt, zakt de spanning van een volle LiFePO4-batterij terug naar ongeveer 13,2–13,4V. Dat is de rustspanning van een volle batterij. Als je de charged voltage op 14,2V zou zetten, zou de SmartShunt de batterij alleen als vol herkennen terwijl de lader actief bezig is, en nooit wanneer de batterij in rust staat. De tail current van 4% voorkomt dat de shunt de batterij al als vol markeert terwijl er nog een aanzienlijke laadstroom loopt β€” bij een 200 Ah batterij moet de stroom onder de 8A zakken.

πŸ”„ SmartShunt instellingen LiFePO4
Batterijcapaciteit: 200 Ah (of jouw werkelijke waarde)
Batterijtype: LiFePO4
Charged voltage: 13,2V
Tail current: 4%
Charged detection time: 3 min
πŸ“Έ
Foto: Screenshot VictronConnect β€” SmartShunt instellingen

Instellingenscherm met batterijcapaciteit, type, charged voltage, tail current en charged detection time zichtbaar.

Na het configureren is het verstandig om een synchronisatie uit te voeren. Laad de batterij volledig op via een lader (walstroom of zonnepanelen) totdat de laadstroom onder de 4% tail current zakt en de spanning boven de 13,2V charged voltage blijft. Na drie minuten springt de SoC naar 100%. Dit is het referentiepunt voor alle toekomstige metingen. Zonder deze eerste synchronisatie start de SmartShunt met een willekeurige schatting en kan het SoC-percentage dagenlang verkeerd staan.

πŸ’‘ SoC-drift voorkomen

De SmartShunt berekent SoC door stroom te integreren over de tijd (coulomb counting). Over weken kan er een kleine meetfout opstapelen β€” de zogeheten SoC-drift. Daarom moet de SmartShunt regelmatig synchroniseren door de batterij volledig te laden. Bij een actief gebruikt systeem met zonnepanelen gebeurt dit vrijwel dagelijks automatisch. Bij langdurige bewolking of wintergebruik kan het SoC-percentage afwijken. Een volle lading herstelt de nauwkeurigheid.

MPPT configureren

Open je MPPT in VictronConnect en ga naar de instellingen. Victron biedt een ingebouwde LiFePO4-preset die de meeste parameters automatisch correct instelt, maar het is belangrijk dat je de waarden controleert en begrijpt. De absorptiespanning moet op 14,2V staan β€” dat is de maximale laadspanning voor LiFePO4-cellen. Tijdens de absorptiefase houdt de MPPT de spanning constant op 14,2V terwijl de stroom geleidelijk afneemt naarmate de batterij voller raakt.

De floatspanning stel je in op 13,5V β€” de rustspanning waarnaar de MPPT terugvalt nadat de batterij vol is. In float levert de MPPT net genoeg stroom om de zelfontlading van de batterij te compenseren en eventuele kleine verbruikers (klok, standby-verbruik) te voeden zonder de batterij te overbelasten. Zet de optie β€œgelijkmatig laden” (equalization) uit. Gelijkmatig laden is een techniek voor loodaccu’s waarbij de spanning tijdelijk boven de absorptiespanning wordt getrokken om sulfatering tegen te gaan. Bij LiFePO4-cellen is sulfatering geen probleem en leidt equalization tot overspanning die het BMS kan activeren of de cellen kan beschadigen.

Als je MPPT een temperatuursensor ondersteunt (de SmartSolar heeft een ingebouwde Bluetooth-temperatuurmeting als er een Smart Battery Sense of SmartShunt in het netwerk zit), dan past de MPPT de laadspanning automatisch aan op basis van de batterijtemperatuur. Bij koude temperaturen verhoogt hij de spanning licht, bij warmte verlaagt hij die. Dit is minder kritisch voor LiFePO4 dan voor loodzuur, maar het optimaliseert de levensduur. Zorg ervoor dat de temperatuursensor in VictronConnect als bron geselecteerd is onder de sectie β€œBatterij temperatuur compensatie.”

πŸ”„ MPPT instellingen LiFePO4
Batterijpreset: LiFePO4 (of handmatig)
Absorptiespanning: 14,2V
Floatspanning: 13,5V
Gelijkmatig laden: UIT
πŸ“Έ
Foto: Screenshot VictronConnect β€” MPPT instellingen

LiFePO4-preset geselecteerd, absorptiespanning 14,2V, floatspanning 13,5V, equalization uitgeschakeld.

Orion-Tr Smart configureren

De Orion-Tr Smart DC-DC lader laadt je leefbatterij terwijl de motor draait. De slimme motordetectie (engine shutdown detection) zorgt ervoor dat de lader automatisch stopt wanneer je de motor uitzet β€” zo voorkom je dat de startaccu leeggetrokken wordt terwijl je camper geparkeerd staat. Open de Orion-Tr Smart in VictronConnect en controleer de volgende instellingen.

De uitschakelspanning van de startaccu stel je in op 11,5V β€” als de spanning van de startaccu onder dit niveau zakt, stopt de Orion onmiddellijk met laden om te voorkomen dat je de volgende ochtend niet meer kunt starten. Een gezonde 12V startaccu in rust staat op 12,4–12,8V. Onder de 11,5V is er nog maar 10–15% capaciteit over β€” net genoeg om de motor één keer te starten, maar zonder marge voor een koude winterochtend.

Selecteer de LiFePO4-preset voor de uitgangsinstellingen, zodat absorptie (14,2V) en float (13,5V) correct staan. Activeer de engine shutdown detection: de Orion meet de startaccuspanning en herkent het verschil tussen een draaiende motor (13,5–14,4V van de alternator) en een stilstaande motor (12,0–12,8V rustspanning). Sommige moderne Euro 6d voertuigen hebben een slimme alternator die de spanning bewust verlaagt om brandstof te besparen β€” in dat geval kan de Orion moeite hebben om een draaiende motor te detecteren. Controleer in VictronConnect of de Orion correct schakelt tussen aan en uit wanneer je de motor start en stopt. Als dat niet het geval is, kun je de detectiedrempels handmatig aanpassen.

⚠️ Consistente instellingen

Zorg ervoor dat de absorptie- en floatspanning van alle laders (MPPT, Orion-Tr Smart, walstroomlader) identiek zijn: 14,2V absorptie en 13,5V float voor LiFePO4. Verschillende laadspanningen leiden tot conflicten waarbij de ene lader denkt dat de batterij vol is terwijl de andere nog aan het laden is β€” dit kan het BMS verwarren en onnodige uitschakelingen veroorzaken.

πŸ”„ Orion-Tr Smart instellingen
Batterijpreset uitgang: LiFePO4
Uitschakelspanning startaccu: 11,5V
Engine shutdown detection: AAN
Absorptie / Float: 14,2V / 13,5V
πŸ“Έ
Foto: VictronConnect β€” Orion-Tr Smart instellingenscherm

Engine shutdown detection actief, uitschakelspanning 11,5V, LiFePO4-preset geselecteerd, absorptie 14,2V en float 13,5V zichtbaar.

VE.Smart Networking

Victron-apparaten met Bluetooth kunnen onderling communiceren via VE.Smart Networking. Dit is een draadloos netwerk tussen je SmartShunt, MPPT en Orion-Tr Smart waarbij ze real-time gegevens delen. De SmartShunt deelt de batterijspanning, stroom en temperatuur met de MPPT en de Orion-Tr. Het voordeel is dat de laders nu de exacte batterijspanning kennen (gemeten op de batterijterminals door de shunt), in plaats van hun eigen schatting op basis van de spanning aan hun uitgangsaansluitingen. Dat compenseert het spanningsverlies in de kabels en zorgt voor nauwkeuriger laden.

Het instellen is eenvoudig: open VictronConnect, ga naar elk apparaat en activeer VE.Smart Networking. Maak een netwerk aan op het eerste apparaat (geef het een naam, bijvoorbeeld β€œCamper”) en voeg de andere apparaten toe aan hetzelfde netwerk. Na een paar seconden verschijnt een netwerkicoon op elk apparaat. Controleer in de instellingen dat de SmartShunt als β€œbatterijmonitor” geselecteerd is β€” zo weten de laders dat ze de spannings- en temperatuurgegevens van de shunt moeten gebruiken in plaats van hun eigen metingen.

Het voordeel van VE.Smart Networking wordt pas echt zichtbaar bij langere kabeltrajecten. De spanning aan de uitgang van de MPPT is altijd iets hoger dan de spanning op de batterijterminals β€” het verschil is het spanningsverlies in de kabel. Zonder netwerkverbinding denkt de MPPT dat de batterij op een hogere spanning staat dan werkelijk het geval is, en stopt hij te vroeg met laden. Met VE.Smart Networking krijgt de MPPT de werkelijke batterijspanning door van de SmartShunt, en laadt hij door tot de batterij daadwerkelijk de absorptiespanning bereikt. Dat kan het verschil maken tussen een batterij die 95% of 100% vol raakt aan het eind van de dag.

πŸ’‘ VE.Smart Networking vereisten

Alle apparaten in het netwerk moeten recente firmware draaien. Oudere firmware-versies ondersteunen VE.Smart Networking niet of slechts gedeeltelijk. Update altijd alle apparaten voordat je het netwerk configureert. Het netwerk werkt via Bluetooth β€” zorg dat de apparaten binnen 10 meter van elkaar staan. In een typische camper is dat geen probleem.

13-stappen indienstname-checklist

De indienstname is het moment waarop je je volledige systeem voor het eerst onder spanning zet en controleert of alles werkt zoals ontworpen. Dit is het moment van de waarheid β€” elke kabel, elke zekering, elke instelling wordt nu voor het eerst in de praktijk getest. Volg altijd dezelfde volgorde: eerst visueel controleren of alles goed zit, dan elektrisch meten of de waarden kloppen, en tot slot de software configureren en documenteren.

Sla geen stappen over β€” een loszittende bout die je nu mist, kan over 10.000 km trillingen een kortsluiting veroorzaken. Neem voor de indienstname je installatieoverzicht erbij (het schema uit les 6.5) en een multimeter. Werk de checklist af met een tweede persoon: één persoon controleert, de andere vinkt af en noteert de meetwaarden. Zo voorkom je dat je in de flow van het werk stappen overslaat.

Gebruik een fysiek checklistformulier of een digitaal document waarin je bij elke stap de meetwaarde, de datum en je initialen noteert. Dit document wordt onderdeel van het klantdossier en dient als bewijs dat de installatie correct is gecontroleerd. Bij eventuele problemen of garantiekwesties later kan dit document van onschatbare waarde zijn.

Stap 1–5: Visuele controle

Stap 1 β€” Trektest op alle verbindingen. Pak elke kabelschoen en connector stevig vast en trek eraan. Een goed gecriminpte of vastgeschroefde verbinding mag niet bewegen. Als een kabel los komt, is de crimp of bout niet goed aangedraaid.

Stap 2 β€” Polariteit controleren met een multimeter. Meet op elke aansluiting of plus daadwerkelijk plus is en min daadwerkelijk min. Een enkele verwisseling kan een apparaat onherstelbaar beschadigen.

Stap 3 β€” Zekeringwaarden controleren. Vergelijk elke zekering met je installatieoverzicht. Een 10A zekering op een circuit dat 20A kan trekken, blaast voortdurend. Een 40A zekering op een circuit met 1,5 mmΒ² kabel beschermt de kabel niet.

Stap 4 β€” Kabels niet gekneld of geschuurd. Controleer of geen enkele kabel klem zit tussen metalen randen, scherpe hoeken of bewegende delen. Wrijving door trillingen slijt de isolatie en veroorzaakt na verloop van tijd kortsluiting.

Stap 5 β€” Ventilatie vrij. Controleer dat de ventilatieruimte rond de batterij, omvormer en laadregelaars niet geblokkeerd is door isolatiemateriaal, kussens of spullen. Deze apparaten produceren warmte en moeten die kwijt kunnen. Zorg dat er minimaal 10 cm vrije ruimte boven en naast elke MPPT en omvormer is, en dat de batterijkast niet hermetisch afgesloten is.

Stap 6–9: Elektrische controle

Stap 6 β€” Batterijspanning meten. Meet de spanning direct op de batterijterminals. Een volle LiFePO4 toont 13,2–13,4V. Onder de 12,0V is de batterij bijna leeg en moet je eerst opladen voordat je verder gaat.

Stap 7 β€” Zonnepanelen spanning meten. Meet de open-klemspanning (Voc) van de panelen met de MC4-kabels losgekoppeld van de MPPT. Bij zonlicht moet je een spanning zien die overeenkomt met de datasheet van je paneel (typisch 18–22V per paneel, of 36–44V bij twee in serie).

Stap 8 β€” 12V verbruikers testen per circuit. Schakel elk 12V-circuit afzonderlijk in en controleer of het werkt: LED-verlichting, waterpomp, USB-laders, koelkast, ventilator. Meet de spanning op het verste punt van elk circuit β€” het verschil met de batterijspanning mag maximaal 3% zijn.

Stap 9 β€” 230V testen met RCD-testknop. Schakel de omvormer in en druk op de testknop van de RCD (aardlekschakelaar). De RCD moet onmiddellijk uitschakelen β€” je hoort een klik en de stroom valt weg. Doet hij dat niet, dan is er een bedradingsfout in het 230V-circuit en mag je het systeem niet gebruiken totdat die verholpen is. Sluit ook een 230V-apparaat aan (bijvoorbeeld een lamp) om te controleren of de omvormer daadwerkelijk spanning levert na het resetten van de RCD.

Stap 10–13: Software & documentatie

Stap 10 β€” VictronConnect: alle apparaten zichtbaar. Open de app en controleer of elk Victron-apparaat in de lijst verschijnt: SmartShunt, MPPT, Orion-Tr Smart en eventueel de omvormer. Als een apparaat ontbreekt, controleer dan of Bluetooth is ingeschakeld en of je binnen 10 meter staat.

Stap 11 β€” Instellingen per apparaat controleren. Loop elk apparaat door en vergelijk de instellingen met de waarden uit deze les: SmartShunt (capaciteit, type, charged voltage), MPPT (absorptie, float, geen equalization) en Orion-Tr Smart (uitschakelspanning, motordetectie).

Stap 12 β€” Firmware bijgewerkt. VictronConnect toont een melding als er een update beschikbaar is. Voer alle updates uit en wacht tot het apparaat herstart. Flash de firmware nooit tijdens het laden β€” wacht tot de MPPT in float staat of koppel de panelen los.

Stap 13 β€” Documentatie aan klant overhandigen. Maak een map (fysiek of digitaal) met het installatieoverzicht, de zekeringwaarden per circuit, screenshots van alle VictronConnect-instellingen en de garantiebewijzen van de componenten. Voeg een eenvoudige gebruikersinstructie toe: hoe schakel je de omvormer in, hoe controleer je de batterijstatus, wat doe je bij een alarm. De klant moet het systeem kunnen begrijpen en bedienen zonder jou erbij.

⚠️ Geen documentatie = geen professionele installatie

Een installatie zonder documentatie is onprofessioneel, onveilig en onverantwoord. Als een volgende installateur (of de klant zelf) niet weet welke zekering waar zit, welke kabels welke doorsnede hebben en hoe de apparaten geconfigureerd zijn, dan kan elke wijziging een veiligheidsprobleem veroorzaken. Documenteer alles β€” het kost een uur en bespaart uren aan toekomstige problemen.

Naast het klantdossier is het verstandig om een korte β€œtroubleshooting guide” mee te leveren. Beschrijf de drie meest voorkomende scenario’s die een klant kan tegenkomen: (1) de omvormer schakelt niet in β€” controleer of de Battery Protect niet is uitgeschakeld door te lage spanning, (2) de MPPT laadt niet β€” controleer of de panelen niet bedekt zijn en of de zekering niet is doorgebrand, en (3) het SoC-percentage klopt niet β€” laad de batterij volledig op zodat de SmartShunt kan synchroniseren. Met deze drie tips kan de klant 80% van de dagelijkse vragen zelf oplossen zonder jou te bellen.

Zodra alle 13 stappen zijn afgevinkt en alle meetwaarden kloppen, is je systeem officieel in dienst. Dit is een goed moment om de klant een korte rondleiding te geven door het systeem. Leg uit waar de hoofdschakelaar zit, hoe de omvormer in- en uitgeschakeld wordt, en hoe de batterijstatus in VictronConnect afgelezen wordt. Laat de klant de app installeren op zijn eigen telefoon en koppelen met de apparaten β€” zo kan hij zelf de status monitoren.

Maak tot slot een foto van het voltooide systeem β€” de batterijkast, de zekeringkast, de MPPT-montage en het dakwerk β€” en voeg die toe aan het dossier. Die foto’s zijn niet alleen nuttig voor de klant, maar ook voor jezelf als referentie bij toekomstige projecten of als er later een servicevraag komt. Een foto van de zekeringkast met leesbare labels bespaart je een halfuur zoekwerk wanneer je over een jaar gebeld wordt met de vraag welke zekering bij welk circuit hoort.

πŸ’‘ Wat hoort er in het klantdossier?

Een professioneel klantdossier bevat minimaal: het installatieoverzicht (schema), een lijst van alle componenten met serienummers, de zekeringwaarden per circuit, screenshots van alle VictronConnect-instellingen, garantiebewijzen, en een korte gebruikersinstructie (β€œhoe schakel ik de omvormer in, hoe controleer ik de batterijstatus”). Lever het dossier af op papier Γ©n digitaal β€” papier raakt zoek, digitaal kan gewist worden, maar samen overleeft het.

Veelgemaakte configuratiefouten

De meest voorkomende configuratiefout is het niet instellen van de batterijcapaciteit op de SmartShunt. De standaardwaarde is 200 Ah, wat toevallig overeenkomt met veel systemen β€” maar als je een 100 Ah batterij hebt en de shunt denkt dat het 200 Ah is, dan toont hij 50% SoC wanneer de batterij in werkelijkheid leeg is. Je vertrouwt op het percentage, gebruikt het systeem rustig verder, en staat ’s ochtends voor een uitgeschakelde BMS omdat de spanning onder de veilige grens is gezakt. Omgekeerd geldt: bij een 300 Ah batterij met een shunt die op 200 Ah staat, denkt de shunt al bij 67% dat de batterij vol is en synchroniseert hij voortdurend verkeerd.

De tweede fout is het niet uitschakelen van equalization op de MPPT. Veel installateurs selecteren de LiFePO4-preset (die equalization automatisch uitschakelt), maar wijzigen daarna handmatig de absorptiespanning. Bij sommige firmware-versies activeert een handmatige wijziging de standaardinstellingen opnieuw, inclusief equalization. Controleer na elke handmatige aanpassing of equalization nog steeds uitstaat. Een equalization-cyclus op een LiFePO4-batterij kan de spanning tot 15V of hoger opdrijven β€” boven de veilige limiet van de meeste BMS-systemen. Het BMS schakelt dan de batterij uit ter bescherming, waardoor het hele systeem plotseling zonder stroom valt.

De derde fout betreft de Orion-Tr Smart: het instellen van een te hoge uitschakelspanning voor de startaccu. Als je de drempel op 12,5V zet in plaats van 11,5V, stopt de Orion al met laden zodra de startaccu even onder de 12,5V zakt β€” wat kan gebeuren bij een zware stroomvraag van de alternator. Het resultaat: de leefbatterij wordt nauwelijks bijgeladen tijdens het rijden. Houd de drempel op 11,5V en vertrouw op de engine shutdown detection om het laden te stoppen wanneer de motor niet draait.

Overzicht configuratieparameters

Hieronder vind je alle configuratieparameters per apparaat in één overzicht. Print deze tabel uit en hang hem in je werkplaats β€” zo heb je de waarden altijd bij de hand tijdens het configureren.

Apparaat Parameter Waarde (LiFePO4)
SmartShunt Batterijcapaciteit 200 Ah
Batterijtype LiFePO4
Charged voltage 13,2V
Tail current 4%
Charged detection time 3 min
MPPT Absorptiespanning 14,2V
Floatspanning 13,5V
Equalization UIT
Orion-Tr Smart Uitschakelspanning startaccu 11,5V
Engine shutdown detection AAN
Absorptie / Float 14,2V / 13,5V

Wat springt eruit? De absorptiespanning (14,2V) en floatspanning (13,5V) zijn identiek bij de MPPT en de Orion-Tr Smart. Dat is geen toeval β€” alle laders die op dezelfde batterij zijn aangesloten moeten hetzelfde laadprofiel gebruiken. Als je ook een walstroomlader (Blue Smart IP22) hebt, stel die dan eveneens in op dezelfde waarden. De charged voltage van de SmartShunt (13,2V) ligt bewust onder de floatspanning, omdat dit de rustspanning is van een volle batterij nadat alle laders gestopt zijn. Dat verschil van 0,3V (13,5V float vs. 13,2V charged) zorgt ervoor dat de SmartShunt niet voortdurend heen en weer springt tussen 99% en 100% terwijl de batterij in float staat.

Quiz

Vraag 1 β€” Wat is de juiste volgorde bij indienstname?
Toon antwoord
βœ” Visuele controle β†’ elektrische controle β†’ software configuratie
Eerst kijken of alles goed zit (trektest, polariteit, zekeringen), dan meten of de waarden kloppen (spanningen, circuits), en tot slot de software configureren en documenteren. Sla je de visuele controle over en zet je direct spanning op een verkeerd aangesloten circuit, dan kan er onherstelbare schade ontstaan.
Vraag 2 β€” Wat stel je in op de SmartShunt voor een LiFePO4-systeem?
Toon antwoord
βœ” Batterijcapaciteit, type, charged voltage (13,2V), tail current (4%)
De SmartShunt moet weten hoe groot de batterij is (Ah), welk type het is (LiFePO4), bij welke spanning de batterij als vol beschouwd wordt (13,2V) en hoe laag de laadstroom moet zakken voordat hij β€œvol” registreert (4% van de capaciteit, gedurende 3 minuten).
Vraag 3 β€” Hoe controleer je of de MPPT correct laadt?
Toon antwoord
βœ” VictronConnect: status β€œBulk” of β€œAbsorption” bij zonlicht, stroom > 0A
Open de MPPT in VictronConnect en kijk naar het statusveld. Bij zonlicht moet de status β€œBulk” (batterij wordt snel geladen) of β€œAbsorption” (batterij bijna vol, constante spanning) tonen. De laadstroom moet groter zijn dan 0A. Staat de status op β€œOff” terwijl de zon schijnt, dan is er een probleem met de bekabeling, zekering of panelen.
πŸ“Έ
Foto: VictronConnect app β€” overzicht per component

Screenshots van SmartShunt (SoC, spanning, stroom), MPPT (status Bulk/Absorption, PV-spanning) en Orion-Tr Smart (engine detection status).

Test jezelf

πŸ”‹
Charged voltage LiFePO4?
13,2V β€” de spanning waarbij de SmartShunt de batterij als volledig geladen beschouwt (mits tail current < 4% gedurende 3 min).
⚑
Absorptie LiFePO4?
14,2V β€” maximale laadspanning. De MPPT houdt deze spanning aan tot de stroom wegzakt, dan schakelt hij over naar float (13,5V).
πŸ”΄
RCD testknop?
Maandelijkse test β€” druk op de knop, de RCD moet direct uitschakelen. Doet hij dat niet, dan is er een bedradingsfout in het 230V-circuit.

Tik of hover om te keren

Terugblik: van kale camper tot werkend systeem

Met deze les is de volledige installatie van je off-grid elektrisch systeem afgerond. In Module 7 heb je het traject doorlopen van veiligheidsprocedures en gereedschap (les 7.1), via kabels voorbereiden (les 7.3), de leefbatterij aansluiten (les 7.5), de zekeringkast en verdeling (les 7.6), de DC-DC lader (les 7.7), de omvormer en walstroom (les 7.8), de zonnepanelen en MPPT (les 7.9), tot aan de configuratie en indienstname in deze les. Elk onderdeel bouwde voort op het vorige β€” je kon de MPPT pas configureren nadat de panelen gemonteerd waren, en de indienstname pas uitvoeren nadat alle componenten aangesloten en geconfigureerd waren.

Het resultaat is een professioneel geΓ―nstalleerd elektrisch systeem dat via VictronConnect volledig gemonitord en bijgestuurd kan worden. De SmartShunt vertelt je hoeveel energie je hebt, de MPPT optimaliseert de zonne-opbrengst, de Orion-Tr laadt tijdens het rijden en de walstroomlader neemt het over op de camping. Alle apparaten communiceren onderling via VE.Smart Networking en zijn individueel configureerbaar via Bluetooth. Dat is de kracht van het Victron-ecosysteem: modulair, configureerbaar en betrouwbaar.

De indienstname-checklist is niet alleen een eenmalige procedure β€” gebruik hem ook als basis voor periodiek onderhoud. Een jaarlijkse controle volgens dezelfde 13 stappen (of in elk geval de visuele en elektrische stappen) helpt om problemen vroegtijdig op te sporen. Trillingen, temperatuurwisselingen en vocht zijn de drie vijanden van een mobiele installatie. Een jaarlijkse inspectie kost een uur en kan voorkomen dat je midden in de Ardennen met een leeg systeem staat.

Besteed bij die jaarlijkse controle extra aandacht aan de verbindingen die blootstaan aan trillingen: de busbar-aansluitingen, de MPPT-klemmen en de MC4-connectoren op het dak. Controleer ook de zekeringen visueel op verkleuring β€” een zekering die warm is geworden door een slechte verbinding kan verkleurd zijn zonder doorgebrand te zijn. Vervang verdachte zekeringen preventief. Controleer in VictronConnect de historiek van de MPPT: als de maximale dagopbrengst significant lager is dan vorig jaar op dezelfde datum, dan zijn de panelen mogelijk vuil of is er een connector met overgangsweerstand.

πŸ“Έ
Foto: Afgeronde installatie β€” VictronConnect dashboard

Overzichtsscherm met alle apparaten verbonden: SmartShunt (SoC 100%, 0A stroom), MPPT (Float, 13,5V), Orion-Tr Smart (standby). VE.Smart Networking actief.

πŸ“ Samenvatting
Software configuratie

VictronConnect via Bluetooth (~10 m bereik). SmartShunt: capaciteit + charged voltage 13,2V + tail current 4%. MPPT: absorptie 14,2V, float 13,5V, geen equalization. Orion-Tr: uitschakelspanning 11,5V + motordetectie. VE.Smart Networking voor gedeelde batterijgegevens.

Indienstname in 13 stappen

Visueel (trektest, polariteit, zekeringen, kabels, ventilatie) β†’ Elektrisch (spanningen, circuits, RCD) β†’ Software (VictronConnect, instellingen, firmware, documentatie aan klant).

πŸ† Klaar voor de certificering?

De Module 7 installatietoets test je kennis met volgorde-opdrachten, fotoherkenning en praktijkvragen. Minimaal 70% om te slagen.

Beoordeling
0 0

Er zijn momenteel geen reacties.

om als eerste een reactie achter te laten.